• Anne Hoogwerf

Als de wereld even stil staat


Woensdag 13 december. Een dag, een datum, een moment. Zoals iedere dag begon, wel met meer spanning dan anders. In afwachting van een uitslag.

Van dé uitslag. Terwijl we wachten in het ziekenhuis kan alles nog. Het kan goed zijn. Of niet. Dat moment, waarin je je bevindt tussen weten en niet weten. Het voelt ergens veilig, maar toch ook niet. Je blijft hopen op het goede. Alsof heel je lijf daar stiekem toch vanuit gaat. Het kan niet, het mag niet. Niet wij. Als ik me al zo voel, hoe moet zij zich dan voelen? Mijn stoere, dappere vrouw. Het gaat om haar lichaam, haar gezondheid.


'Mevrouw, ik ga heel eerlijk tegen u zijn. Het is niet goed. U heeft borstkanker. In de borst én de oksel.'


Stil. Donker. Niets.

Van niet weten naar weten. Het is niet goed. Mijn vrouw heeft borstkanker. De wereld staat stil. Het ziekenhuis wil door, weten hoe erg het is, waar zit het allemaal? Wij willen ook door, nog meer duidelijkheid krijgen. En tegelijkertijd willen we niets. Even helemaal niets. Terugspoelen naar de weken daarvoor. Waarin we ons druk maakten over een weekendindeling. Terug naar plannen maken: voor een vakantie, voor een verjaardag. Terug naar alles wat niet met kanker te maken heeft.

En ook toen was zij al ziek. Het zit er al langer. Het is bizar confronterend hoe het nieuws je meteen ook geestelijk aanraakt. Zodra je iets weet is het ineens écht zo. Logisch misschien, maar voor ons zo nieuw.


De periode die daarop volgt is een rollercoaster. Van onderzoek naar onderzoek, van

uitslag naar uitslag. Je wordt, ironisch genoeg, 'geleefd'. En dat blijkt gelukkig ook het doel: verder kunnen leven. Geen uitzaaiingen op afstand, geen Her2Neu eiwit in de tumor. Als mens schakel je snel, ben je blij met ieder positief bericht. We veren mee en tegelijkertijd stort je in. Want het proces thuis, maakt niemand mee. Daarin bevinden wij ons, samen. Het verdriet, de angst, de boosheid, de onzekerheid. Hoe moeten we dit gaan doen? Hoe?

Alles komt bij haar voorbij. En ook bij mij, als partner. Ik voel me machteloos langs de zijlijn staan. Mijn allergrootste angst, mijn geliefde kwijtraken, is ineens zo eng dichtbij. Mijn leven lang weerhield me dat misschien wel van échte overgave. Aan het leven, aan elkaar, aan samen durven zijn. In alles wat er is.


En nu. Staan we ervoor en gaan we. Leven we, in afwachting van wat komen gaat. Voel ik dat ik bij haar wil zijn. écht zijn. Een pittig jaar van behandelingen staat ons te wachten. Dat weten we. En tegelijkertijd willen we leven, omarmen wat komt, aangaan wat gezien wil worden.


Ik kan me niet voorstellen hoe het is als je te horen krijgt dat je kanker hebt. Nog steeds niet. Want het is niet mijn lichaam. Wel kan ik me er, meer dan ooit, mee verbinden. Hoe vreselijk dat moet voelen. Hoe boos je kunt zijn op het feit dat dit je overkomt. Want het overkomt je. Niet alleen ons. Zoveel mensen horen dagelijks dit verdrietige, vreselijke nieuws. En iedereen gaat het aan, hoe moeilijk ook. Je kunt niet anders. Kanker overkomt je, je bent het niet. Je blijft wie je bent.


Schrijven is voor mij delen wat leeft. Dit leeft. In mij, in ons. Het is kwetsbaar, pijnlijk, angstig en verdrietig. En dat mag gezien worden. Ik ben bang, voor wat komen gaat. En ik ben gelukkig, dat ik met haar mag zijn. Uiteindelijk is dat leven: accepteren wat er is en er, altijd, opnieuw iets van maken. In iedere omstandigheid, in iedere situatie.

Vertrouwen en geloven. Leven in het Nu. Meer dan ooit zijn we ons bewust van de kwetsbaarheid van leven. Dat verdiept. Het brengt ons in verbinding met de kleine dingen.


Het klinkt zo cliché maar echt: laten we leven!


Lieverd, jij bent sterk. Jij kunt dit. Wij kunnen dit. Diepe dalen maken hoge toppen. En dat uitzicht zal prachtig zijn.


Anne



488 keer bekeken

© 2018 Proudly created byMichiel // Fotografie Lenny Hoogwerf

Bundel van Woorden